|
Elke stad kent plekken die bruisen van activiteit en plekken die hun functie lijken te hebben verloren. Achter deze contrasten schuilen keuzes over ontwerp, beheer en investeringen die bepalen hoe mensen wonen, werken en leren. Het doorgronden van deze samenhang vormde de basis voor de loopbaan van Jan Veuger, waarin academisch onderzoek, praktijkervaring en strategisch vastgoedinzicht samenkomen. Internationaal verwierf hij erkenning door organisaties te helpen verder te kijken dan alleen de fysieke kant van vastgoed. Met een doctoraat aan de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzocht hij hoe vastgoed kan bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen, zonder de financiële duurzaamheid uit het oog te verliezen. Sindsdien combineert hij een academische loopbaan met praktijkgerichte opdrachten. Daarbij werkt hij samen met overheden, woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsorganisaties aan complexe vastgoedvraagstukken. Zijn onderzoek, waaronder het veelgebruikte proefschrift Material Immaterial, laat zien hoe theoretische concepten kunnen worden vertaald naar toepasbare strategieën. Deze benadering leverde brede internationale erkenning op, met in 2024 en 2025 twaalf onderscheidingen voor bijdragen aan het vakgebied. De prijzen weerspiegelen zijn vermogen om complexe vastgoed- en financiële vraagstukken te vertalen naar concrete handelingsperspectieven. Recent is zijn werkterrein verbreed richting Urban Facility Management. Binnen dit domein zet hij zijn rol voort als verbinder tussen management, ontwerp en strategie. Door het analyseren van complexe systemen ondersteunt hij besluitvormers bij het maken van keuzes die duurzame waarde creëren voor zowel organisaties als gemeenschappen. In al zijn projecten staat één overtuiging centraal: vastgoed draait uiteindelijk om mensen. Gebouwen en ruimtes beïnvloeden hoe organisaties functioneren, hoe gemeenschappen zich ontwikkelen en hoe maatschappelijke doelen worden gerealiseerd. Een brug tussen academisch onderzoek en vastgoedpraktijkDe drijfveer achter zijn werk is het verbinden van academisch onderzoek met de dagelijkse praktijk van vastgoedbeheer en advies. Kritische reflectie op observaties en besluitvorming speelt daarin een belangrijke rol. Ook vanuit de overtuiging dat veel processen zich onder de oppervlakte afspelen en blijvend onderzoek vragen. Gedurende zijn loopbaan combineerde hij onderzoek met consultancy- en interim-management opdrachten. De focus lag daarbij op de toekomst van sociaal en commercieel vastgoed, waarbij samen met opdrachtgevers werd gezocht naar best practices. De expertise in het verbinden van sociale waarde en financiële haalbaarheid vormde de basis voor zijn verdere specialisatie in advies aan eigenaren van de gebouwde omgeving, waaronder recente projecten binnen Urban Facility Management. Sinds de publicatie van Material Immaterial in 2014 adviseert hij bestuurders, directeuren en managers binnen overheid, woningcorporaties, zorg en onderwijs. De kern van dit werk ligt bij strategische vastgoed- en huisvestingsvraagstukken, waarbij academische inzichten worden vertaald naar bestuurlijke besluitvorming. Waardevolle technologieën voor de vastgoedpraktijkZijn academische loopbaan begon met promotieonderzoek naar woningcorporaties, waarin zichtbaar werd hoe complex het is om bewonersbelangen, beleidsdoelen en financiële randvoorwaarden te verenigen. Waar veel organisaties leunen op langdurige consultatieprocessen, koos hij voor een meer analytische en systematische benadering. Hoewel het vakgebied zich ontwikkelt, wordt vastgoedbeheer nog vaak als conservatief ervaren. Nieuwe technologieën vinden slechts geleidelijk hun weg naar de praktijk. Vanaf 2017 richtte hij zich daarom actief op technologische innovaties zoals AI en blockchain. Stedelijke vraagstukken kunnen volgens hem alleen effectief worden aangepakt wanneer stakeholders samenwerken en technologie doelgericht wordt ingezet. Deze interesse vertaalt zich in een breed publicatieportfolio, met boeken over blockchain in de gezondheidszorg, de energietransitie en afvalverwerking, evenals aankomende titels over Urban Facility Management, interdisciplinair vastgoedonderzoek en AI in vastgoed. Daarnaast werkt hij aan onderzoek naar toezicht op algoritmen en kunstmatige intelligentie in relatie tot vastgoed. Hoe Material Immaterial strategisch vastgoeddenken beïnvloedtMaterial Immaterial introduceerde een raamwerk om te begrijpen hoe sociale doelstellingen vastgoedkeuzes sturen. De inzichten uit dit onderzoek vormen nog steeds de basis van zijn huidige benadering. Drie kerngebieden staan daarbij centraal binnen governance: huisvesting voor de primaire doelgroep, investeringen in de leefomgeving en bijdragen aan sociaaleconomische ontwikkeling. Financiële positie, effectiviteit en efficiëntie worden hierin als gelijkwaardig beschouwd aan maatschappelijke doelen. Bestaande rechtsvormen bieden volgens Veuger voldoende ruimte om met oprechte maatschappelijke intenties te handelen. Het bijzondere karakter van sociaal vastgoed schuilt in de combinatie van publieke verantwoordelijkheid, dienstverlening en communicatie rondom de gebouwde omgeving. Tegelijkertijd signaleert hij dat bestuurders vaak terugvallen op controlemodellen, terwijl de samenhang tussen financieel rendement, maatschappelijk rendement en vertrouwen beperkt blijft. Vanuit dit perspectief kan Corporate Real Estate Management, het bedrijf van Jan Veuger, bijdragen aan een betere afstemming van deze waarden. Het multidisciplinaire karakter van sociaal vastgoedbeheer vraagt daarbij om heldere definities en observaties, waarin harde en zachte vaardigheden samenkomen. Wereldwijde aantrekkingskracht en stedelijk facilitair beheerDe internationale belangstelling voor het werk van Jan Veuger laat zien dat zijn manier van denken ook buiten Nederland herkenning oproept. Door maatschappelijke vraagstukken, vastgoed en technologische ontwikkelingen met elkaar te verbinden, biedt hij houvast bij complexe opgaven waar steden en organisaties mee te maken hebben. Urban Facility Management vormt daarin een logisch geheel. Door stedelijk facilitair beheer te benaderen als een samenhangend en interdisciplinair vakgebied, ontstaat ruimte voor betere afwegingen en meer gedragen besluiten. Samenwerking staat daarbij niet los van de inhoud, maar is juist verweven met de manier waarop duurzame en toekomstbestendige oplossingen ontstaan. |
